Agri – V.A.K. – Nieuws              week 49 (2018)

 Lactose en gehalten

Dalende of te lage lactose gehaltes zijn een weergave de laatste weken dat vaak in deze periode van het jaar ontstaat. Lactose waarde heeft een vrij klein bereik onder Nederlandse omstandigheden, maar zijn van grote waarde als we het over de energiehuishouding van de dieren hebben. Afhankelijk van de andere energie invulling (vetgehalte) willen we minimaal 4,50 lactose zien. Lactose is melksuiker en heeft een grote relatie met de bloedsuikerspiegel. Lactose kunnen we vormen via de pens (FOS/suiker/RC) en via darmvoer (bestendig zetmeel). Veel rantsoenen hebben dus 1 van de twee niet voldoende onder controle. De graskuil is verantwoordelijk voor de pens en de maiskuil voornamelijk voor de darm. Vaarzen en verse koeien (< 100 dgn.) hebben normaal gesproken een hogere lactose waarde. Het is dus de kunst om met oudere koeien een hogere levensproductie te creëren waarbij de energie voorziening centraal staat (lactose). Door de druk op lactose zien we dat de gehalten op veel bedrijven boven het gemiddeld bedrijfsniveau uitkomen, maar blijven de liters enigszins achter. Lactose is daarmee ook een signaal voor productie.

 “De kunst van het weten is, weten wat te negeren”

 Melkziekte
Melkziekte zien we de laatste weken wat meer, de druk vanuit de vochtige omstandigheden (lucht) en het bovenstaande verklaard al veel. Te kort aan energie en de aansturing ervan rondom, kort voor en kort na het afkalven. Veelal gaat het calcium en magnesium te kort samen met een fosfor te kort. Vooral de laatste is verantwoordelijk voor de voeropname (downer) en die ligt hieraan ten grond slag. Middelen als Calcitad, Fosfor bolussen of Drenchen. (100 gram monocalciumfosfaat in 45 liter water) zullen meer resultaat geven dan alleen een calcium/magnesium infuus. Negeren van voldoende fosfor is tegenwoordig geen kunst, maar met deze wetenschap is het niet verstandig.

Kalveren behoeven geen diarree en longproblemen
Kalveren hoeven geen diarree te krijgen. Beoordeel de droogstand en hygiëne eens goed, en met een kleine daad kan hier al veel in veranderen. Wanneer het kalf geboren is, heeft ie er al 9 maanden opzitten, waarna het kalf zelfstandig verder moet. De eerste 10 dagen zal het kalf dit voornamelijk moeten doen met de middelen die hij via de moeder heeft mee gekregen via de bloedbaan en als laatste de biest. Meet deze biest (refractometer) om te weten of het goed zit (waarde >25). De refractometer meet het gehalte aan vaste bestanddelen in de biest, of te wel drogestof. Dit is de reden dat de waarde minimaal boven de 25 moet zitten. Om er zeker van te zijn dan het eiwitgedeelte in de drogestof voldoende aanwezig is. Als laatste geldt dan nog de 4 V’s voor biest verstrekking. Namelijk Veel, Vaak, Vlug en Vers. Wanneer coli, clostridium, rota en corona of cryptosporidium zich de eerste 10 dagen melden zullen we terug moeten naar de droogstand. Weerstand bevind zich in het (zwavelhoudende) eiwitgedeelte van de droogstand en heeft naast de weerstand de grootste invloed op het geboorte gewicht van het kalf. In de praktijk wordt veel te weinig aandacht geschonken aan het eiwit en daaraan gekoppeld de fosfor invulling van de droogstands rantsoenen (zie boven). Net als bij de koeien heeft ook hier het kalf altijd gelijk. Een goed klimaat en een juiste energie en eiwit (magere melkpoeder) invulling (kalverkorrel) zijn cruciaal voor een constante lichaamstemperatuur bij het kalf. Is deze lichaamstemperatuur niet voldoende onder controle (koorts), is het wachten op longproblemen en een snelle afname van de totale weerstand. Door het weten van het bovenstaande is het een kunst om het te negeren.