Gezondheidspakket

SKU
29
Producten en diensten bestellen kan alleen gedaan worden door leden van Farmers4all. Ook profiteren van de vele voordelen? Meld je dan nu aan als lid!


Prijs geldt alleen in combinatie met voederwaarde

Voorbeeld van analyse.

Toelichting Mineralenonderzoek


Mineralen
Mineralen zijn onderzocht met de methode AV Mineralen.


Natrium: Natrium is van belang bij het in stand houden van de waterbalans, het zuur-base evenwicht en membraan potentialen. Natrium geeft tevens smaak aan het gras.
Bij een tekort vertonen de dieren verschijnselen als verminderde eetlust, likzucht en een droge stugge huid.
Kalium: Kalium is van belang bij het transport binnen de skeletspieren en het in standhouden van osmotische druk in cellen. In het rantsoen is een gehalte van 8 gr/kg droge stof voldoende.
Een tekort aan kalium komt in Nederland normaal gesproken niet voor. Bij een overmaat aan kalium zullen de koeien dunne mest produceren waardoor een groot verlies optreedt aan voedingsstoffen.
Magnesium: Magnesium is van belang bij spiercontracties en het activeren van diverse enzymen die betrokken zijn bij de energiewerking. Bij een tekort aan magnesium vertonen de dieren een verminderde eetlust, stijve gang, onrustig gedrag (spierrillingen, nervositeit), lagere melkproductie en later heftige krampen of verlammingsverschijnselen, waarbij sterfte mogelijk is (Kopziekte).
Calcium en Fosfor:Zijn de hoofdbestanddelen van botmineralen. Daarnaast is calcium van belang bij bloedstolling, spiercontracties en de regulering van celfuncties. Fosfor is tevens van belang bij de energiewerking in het dier. Er is uitwisseling en evenwicht van fosfor en calcium tussen botten en bloedplasma/ weefselvocht. Bij een tekort treed bij jonge dieren een verstoorde botmineralisatie op. Bij oude dieren kan botontkalking ontstaan. Bij een overmatige voorziening komt botverharding voor. Dit kan bij oude dieren aan het eind van de droogstand voorkomen. Na afkalven kan dan niet snel genoeg calcium worden vrijgemaakt, waardoor een tekort in het bloedplasma/ weefselvocht ontstaat (Melkziekte). Daarnaast vermindert de opname van sporenelementen, waardoor gezondheidsproblemen kunnen ontstaan.
Mangaan: Mangaan is van belang in een aantal enzymen bij de vorming van kraakbeen en beenderen, het functioneren van de geslachtsorganen en koolhydraatstofwisseling. De vertering van ruwe celstof in de pens wordt bevorderd.
Wanneer koeien te weinig mangaan krijgen kunnen kalveren met kromme en zwakke voorbenen worden geboren. Tevens kunnen kalveren zenuwstoornissen vertonen en prikkelbaar zijn. Bij een overmaat aan mangaan wordt de bloedvorming geremd.
Zink: Is van belang in een groot aantal enzymen bij de groei en voerbenutting, ontwikkeling van huid, haar en hoeven en functioneren van voortplantingsorganen. Zink heeft ook een gunstig effect op het afweermechanisme.
Bij een tekort komt bij kalveren een slechte groei en huidontwikkeling voor. Bij oude koeien stijgt de kans op &ldquo:stinkpoten&rdquo:.
Bij een overmaat (meer dan 500 mg/kg droge stof) neemt de benutting van koper en ijzer af.
IJzer: IJzer is van belang bij de vorming van bloed. Wanneer de dieren te weinig ijzer opnemen kan dat leiden tot bloedarmoede. Over het algemeen komen in Nederland geen problemen voor.
Koper: Koper is van belang in een aantal enzymen bij stofwisselingsprocessen en de vorming van bloed, pigment, botgroei en ontwikkeling van huid en haar. Koperreserve bevindt zich in de lever. Gebrekverschijnselen komen eerst bij jonge dieren voor.
De dieren vertonen verschijnselen als doffe haarkleur, zwart haar wordt grijs-wit, wit haar wordt vuilgeel. Verder ontstaat een matige ontwikkeling, verdikte kogels, slechte conditie, weinig rompdiepte, diarree en verminderde melkgift. Hoge gehaltes molybdeen, zwavel, zink, ijzer en calcium met een hoog eiwitgehalte in het rantsoen veroorzaken een verminderde absorptie van koper. Bij een overmatige voorziening kan kopervergiftiging ontstaan. De dieren vertonen verschijnselen als plotseling verminderde eetlust, geelzucht, bloedwateren, snelle verzwakking en dood. Schapen en kalveren met een niet volledig ontwikkelde pens hebben het eerst last van overmaat. Dit kan worden tegengegaan door het OEB-gehalte en/of het zwavel, molybdeen- en zinkgehalte in het rantsoen omhoog te brengen.
Kat- en anion verschil (KAV): Het kat- en anion verschil geeft de verschil weer tussen de hoeveelheid mineralen met een positieve lading (kationen) en de elementen met een negatieve lading (anionen). Het KAV heeft daarmee invloed op het zuur-base&nbsp: evenwicht in een koe. Bij afkalven heeft een koe baat bij een hoge resorptiemogelijkheid van calcium in het bloed. Door de snelle opname van calcium wordt melkziekte / kalfziekte voorkomen. Dit wordt bereikt bij een hogere zuurgraad in het bloed en urine en daarmee bij een lage KAV waarde . Een lage KAV waarde kan gerealiseerd worden door weinig natrium en kalium (positieve mineralen) te verstrekken in het rantsoen in de weken voor afkalven.

Sporenelementen
De methode van onderzoek bij de sporenelementen is AV
Sporen, selenium is bepaald met de methode AV ZV (Se) of AV Intern (Se1).


Cobalt: Cobalt is van belang bij het goed functioneren van de pensbacteri&euml:n. De pensbacteri&euml:n vormen het voor herkauwers essenti&euml:le vitamine B12. Bij een tekort gedijen de dieren minder. Gebreksverschijnselen zijn een slechte eetlust, het onvoldoende afgrazen van percelen, een slechte pensontwikkeling, een slechte conditie en productie, doffe haarkleur, likzucht, lusteloos en dromerig gedrag, bloedarmoede en zwakke kalveren.
Selenium: Selenium is van belang in een enzym bij de werking van witte bloedlichaampjes. Bij infecties en de afvoer van schadelijke stoffen speelt dit enzym een belangrijke rol. Bij tekorten vermindert de werking van het immunologische afweersysteem. De dieren blijven aan de nageboorte staan, er ontstaat een grotere kans op uierontstekingen en de vruchtbaarheid neemt af. Andere effecten: slechte groei, verminderde weerstand, diarree en baarmoederontsteking. Bij een overmaat kan een verminderde weerstand, verlammingsverschijnselen en verlies van het haarkleed optreden.
Zwavel en Molybdeen: Zwavel is van belang bij de vorming van eiwit in gras. Door bemesting met zwavel houdende meststoffen kunnen de zwavelgehaltes in het gras oplopen. Bij hoge gehaltes Zwavel en Molybdeen wordt de absorptie van andere sporenelementen (met name Koper) bemoeilijkt. Tekorten aan Zwavel komen vrijwel niet voor. Een zwavelbalans kan duidelijkheid geven. Bij overmaat kunnen zich bij zwavel en molybdeen problemen voordoen als beschreven bij koper.

Behoeftetabel mineralen en sporenelementen voor melkvee
Natrium 7 + ( 0.5 * Melkgift)
Kalium (g per dag) (0.03 * Lichaamsgewicht) + (2 * Melkgift)
Magnesium* (g per dag) 100 / Absorptie * (2.5 * ( 0.12 * Melkgift))
Calcium (g per dag) (0.032 * Lichaamsgewicht) + (2.4 * Melkgift)
Fosfor (g per dag) 19 + 1.43 * melkgift
Mangaan Minimaal 20 mg/kg ds.
Zink 25 mg/kg ds.
Koper Tussen 10 en 20 mg/kg ds.
Cobalt** >100μg/kg ds.
Selenium (μg per dag) 200 μg per 100 kg lichaamsgewicht + 500 μg per 10 kg melk, maximaal 2000 μg/kg ds.
Zwavel 2-4 g kg ds.


* De absorptie is bij alleen graslandproducten ca. 10%. Indien hoge kalien eiwitgehaltes voorkomen (jong gras) kan dit lager liggen. Bij lage kali- en eiwitgehaltes kan de absorptie hoger liggen. Indien naast de graskuil, ma&iuml:s wordt bijgevoerd kan de absorptie tot 18% oplopen.
** Het ingekuilde ruwvoer moet zo veel mogelijk vrij zijn van grond om te kunnen rekenen met het gehalte cobalt in het ruwvoer.

Schrijf uw eigen review
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reviews schrijven. Log in of maak alstublieft een account aan. inloggen of maak een account aan